New & refurbished
100% circulair
Snel leverbaar
New & refurbished

Hoe meet je de duurzaamheid of schadelijkheid van een materiaal of van een heel gebouw? Dat is geen eenvoudige opgave. Er zijn ook meerdere indicatoren die de milieu-impact meten. Dit artikel geeft een overzicht.

We willen in de (interieur)bouw en bij het toepassen van materialen het milieu zo veel mogelijk beschermen en de invloed op de milieukwaliteit minimaliseren.

Denk aan de volgende negatieve effecten die je wilt vermijden:

  • Bijdrage aan klimaatverandering
  • Uitputting van fossiele grondstoffen
  • Aantasting van de ozonlaag
  • Verzuring van de bodem
  • Vervuiling van zoet en zout water

Bij het bouwen van huizen en interieurs kun je meten in hoeverre materialen worden gebruikt en bij de productie verloren gaan.

Principes die van belang zijn

Op het gebied van duurzaamheid zijn een viertal principes van belang.

Materiaalefficiëntie: De hoeveelheid gebruikt materiaal probeer je al in het ontwerp van een product te verminderen. De materialen die je gebruikt in de bouw kun je verdelen in vier categorieën:

  • Primaire grondstoffen, niet hernieuwbaar (raken langzaam uitgeput)
  • Primaire grondstoffen uit hernieuwbare bronnen (denk aan bomen en snelgroeiende gewassen)
  • Secundaire grondstoffen, eerder gebruikte materialen
  • Secundaire grondstoffen, recyclede materialen

Beschermen van het bestaande: je probeert bestaande grondstoffen en materialen zo veel mogelijk te behouden.

Losmaakbaarheid: Door demontabel en losmaakbaar te bouwen voorkom je dat

materiaal in de toekomst verloren gaat. Je kunt het einde levensduur eenvoudig losmaken en hergebruiken / refurbishen.

Levensduurverlenging: Door de levensduur van een materiaal of product te verlengen voorkom je dat een nieuw product moet worden gemaakt. Hiermee verminder je in feite het materiaalgebruik.

Milieukosten / MKI (Milieu Kosten Indicator)

Een eerste duurzaamheidsindicator betreft de milieukostenindicator. De MKI is één score voor duurzaamheid, uitgedrukt in euro’s.

De milieukostenindicator (MKI) neemt alle effecten voor het milieu in ogenschouw en vat dit samen in één score. Het is dan ook een “single score indicator” die je uitdrukt in euro’s. De Engelse vertaling van de MKI is ECI ofwel Environmental Cost Indicator.

In projecten van de overheid kijkt men steeds vaker naar de MKI. Materialen en producten met een hoge MKI en daarmee een beroerde milieuprestatie, wijst men dan automatisch af.

De milieueffecten van een product ontstaan niet alleen tijdens de productie, maar gedurende de hele levensduur. De impact op het milieu kun je meten door het uitvoeren van een levenscyclusanalyse (LCA). Dat is best een ingewikkelde analyse, aangezien de data afkomstig is uit veel verschillende bronnen. Een LCA kijkt naar verschillende “impactcategorieën” op het milieu.

De MKI bereken je in vier stappen.

Stap 1: verzamelen van alle gegevens over de grondstoffen, het productieproces en het energieverbruik.

Stap 2: berekenen van de milieu impact over de hele levensduur.

Stap 3: het verdelen van de milieu impact over een aantal “impactcategorieën”.

De emissies die tijdens de levenscyclus van producten en projecten worden gegenereerd, zet je om in impactcategorieën. Voorbeelden van deze categorieën zijn: opwarming van de aarde (“global warming potential” (GWP), verzuring van de bodem, verdwijnen van de ozonlaag en toxiciteit.

Stap 4: wegen en samenvoegen van de scores op de impactcategorieën. Op deze manier ontstaat één score die je vervolgens kunt vergelijken. Elke impactcategorie krijgt een weging en een bedrag in euro’s.

Op de side van Inside Inside vind je van verschillende producten en materialen de milieukosten: https://www.insideinside.nl/nl/producten

Circulariteit / MCI (Material Circularity Indicator)

Een andere duurzaamheidsindicator is de MCI, ofwel de Material Circularity Indicator. Deze indicator geeft een score tussen 0 en 1.

MCI Score - Ellen McArthur Foundation

De methodiek die ten grondslag ligt aan de score is ontwikkeld door de Ellen MacArthur Foundation. Het meet de mate van circulariteit van een product. De berekening van de MCI score is gebaseerd op de materiaalstromen gedurende de levensduur van een product. Zie hiervoor het figuur.

De MCI score geeft inzicht in één doel van circulair bouwen en produceren, namelijk het effect op de materiaalvoorraden. Deze score neemt helaas niet het afval uit alle levensfases mee, alleen uit recycling, gebruik en hergebruik. Dus niet het afval dat voortkomt uit productie. De MCI score kijkt naar de “technische” kringloop en heeft geen aandacht voor de “biologische” kringloop. Hierdoor krijgen primaire grondstoffen uit hernieuwbare bronnen geen aparte status in de berekening van de MCI score.

CO2 footprint / CO2 equivalenten

De opname en uitstoot van CO2 is een aparte duurzaamheidscategorie. Hier gaat het met name om het deeltje (biogeen) koolstof in de CO2. De opname en uitstoot van CO2 in een specifiek materiaal of product kun je vastleggen. Biobased materialen slaan koolstof op. Dat heeft een positief effect op de opwarming van het klimaat (“global warming potential” genoemd). Het is algemeen bekend dat bomen / hout CO2 opslaan. Enige uitzondering hierop zijn de “native forests” of oerbossen, al bestaan er niet veel meer van in de wereld. En zeker niet in Nederland.

Milieucentraal verwoord het als volgt: Bomen halen CO uit de lucht en zetten die om in zuurstof en biomassa (hout, blad en wortels). De zuurstof geven ze af aan de lucht. Bomen slaan vooral CO op als ze groeien. De CO wordt dan vastgelegd in de toenemende biomassa van de boom. Zodra ze volgroeid zijn, slaan bomen geen extra CO meer op. De CO die ze in de groeifase hebben opgeslagen, blijft in de boom.

Met een CO2-calculator kun je de CO2 uitstoot (of opname) van diverse materialen berekenen.

Een mooi initiatief is die van ClimateCleanup:

Zie hiervoor de GreenPaper 2020 (PDF document) van Climate Cleanup: https://climatecleanup.org/wp-content/uploads/2020/05/CC-Green-Paper-%E2%80%93-Published-April-2020.pdf

CO2 footprint

Uitstoot van formaldehyde

Een vierde duurzaamheidsindicator gaat over de uitstoot van formaldehyde. Een hoge concentratie  formaldehyde in de binnenomgeving kan bij mensen allergieën veroorzaken en irritaties aan de huid, luchtwegen of ogen. Kom je langdurig in aanraking met deze stof, dan kan het een

kankerverwekkende werking hebben. Geen fijn goedje dus.

Formaldehyde komt vrij uit hout en bevindt zich ook in de lijm van houtmaterialen. Voor het maken van spaanplaat en MDF heb je veel lijm nodig (om de houtsnippers te binden).

In Europa mag je voor het gebruik binnenshuis alleen materialen toepassen die voldoen aan emissieklasse E1. Materialen die meer formaldehyde afgeven aan de lucht, zijn dan ook verboden om toe te passen. Formaldehyde komt voor in plaatmateriaal, zoals MDF en spaanplaat. Door plaatmateriaal af te sluiten van de buitenlucht, neemt de formaldehyde uitstoot af. Dit kun je bereiken door het materiaal af te werken met melamine, HPL, lakken en/of kantenband aan de randen.

E0 of NAF? Formaldehyde-vrij plaatmateriaal bestaat simpelweg niet omdat hout van nature formaldehyde bevat. Een “E0-plaat” betekent daarom niet dat er geen formaldehyde in zit, maar dat er geen extra formaldehyde is toegevoegd. Dit houdt in dat het plaatmateriaal vrij van formaldehydevrij is verlijmd. Dit wordt ook wel aangegeven met NAF, “No Added Formaldehyde”.

Conclusie

Het meten van de duurzaamheid van een materiaal of product is geen eenvoudige opgave. Daarnaast zijn er meerdere indicatoren die (een deel van) de duurzaamheid meetbaar maken. In dit artikel kwamen er vier naar voren: MKI, MCI, CO2 voetafdruk en de emissie van formaldehyde. Aan jou om door de duurzaamheidsbomen het bos te blijven zien. Hopelijk heeft dit artikel je een beetje op weg geholpen.

Een bron voor dit artikel was Platform CB’23 (“Kernmethode voor het meten van circulariteit in de bouw”).

 

 

Als eerste op de hoogte over de ontwikkelingen bij Pacha Panels?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.